Ik ben terug, en hoe!
Binnen een paar dagen vlieg ik terug naar Belgie, waar de trema´s talrijk zijn. Tijd voor een eindbalans: honderden wondjes verzorgd, wat twijfel gezaaid, ontzettend veel positieve aandacht gegeven en een bescheiden literatuurlijstje afgewerkt (in willekeurige volgorde: Het einde van de standaardtaal, Extreem luid en ongelooflijk dichtbij, Kunst begrijpen, De zondvloed, Grote vragen uit de geschiedenis, How to be good, El Negro en ik, Het grote uitstel, Hoe kunst de wereld maakt, en, thanks to Dicky: Mogelijkheid van een eiland, Een stervend dier en Maanpaleis). Ik heb ontzettend veel mensen ontmoet en een klein aantal nieuwe vrienden gemaakt. Het weeshuis heeft nu officieel een voetbalploeg, Great Stars fc. Daarnaast heeft het weeshuis nu een betere financiele structuur – of beter gezegd, een financiele structuur – onder andere dankzij het uitwerken van een constante geldelijke instroom door middel van een planoudersysteem (begonnen door Kevin en Adinda). Ondertussen heb ik een tiental grote en kleine bouwprojecten begeleid, aan meegewerkt en\of gefinancierd met mijn geld en het geld dat mijn familie, vrienden van de familie en een vrijwilligster met rijke vrienden hebben geschonken. Zo hebben de kleintjes nieuwe bedden en hoeven ze niet meer op de grond te slapen, werden de bedden van de oudere weeskinderen hersteld en hangen er nu in elke slaapzaal een waaier en een spaarlamp. De skyline van het weeshuis wordt gedomineerd door een indrukwekkende polytank met proper, drinkbaar water en de waterput in het weeshuis is nu volledig afgewerkt en gebruiksklaar. Twee klaslokalen hebben een dak.We hebben een moestuintje aangelegd net tegenover het weeshuis en we hebben zelfs een stuk land in bruikleen gekregen, net buiten Kasoa, waar nu mais geteeld wordt. In elke ruimte in het weeshuis beschikken ze nu over elektrisch licht en stopcontacten. De allerkleinsten beschikken nu ook over een eigen toiletruimte. Hun dagen verlopen nu meer gestructureerd dankzij het dagschema dat ik heb opgesteld en in grote letters op een muur in de binnenplaats heb geschilderd. Er staan nieuwe multiplex kasten in elke slaapzaal en de vrijwilligersvertrekken zijn volledig af, met onder andere een zelf ontworpen douche, kasten, werkmateriaal, enzovoort. De wc is verbonden met een hagelnieuwe beerput, dus vrijwilligers hoeven zich zeker niet in te houden. De online communicatie nemen ze nu voor eigen rekening, er bestaan mappen met procedures die een volledig online systeem onderbouwen en een aantal negatieve elementen in het personeelsbestand werden weggewerkt. Ik heb met andere woorden niet stilgezeten.
De grootste uitdaging was ongetwijfeld
het lesgeven, een activiteit waar ik me
in de eerste helft van mijn verblijf op
heb geconcentreerd. Wat betreft de
beginsituaties tastte ik volledig in het
duister. De opgelegde leerinhouden lagen
me vaak niet en de andere manier van
lesgeven kon bij sommige leerlingen niet
altijd op bijval rekenen. Zo worden ze in
de praktijk nooit aangemoedigd om
kritisch na te denken of om meer uitleg
te vragen. Af en toe kon ik wel een
spannende discussie op gang brengen, maar
ik moest echt het onderste uit de kan
halen om hen ´uit hun kot te lokken`. Het
onderwijsniveau is bedroevend laag en het
chronisch gebrek aan lesmateriaal maakt
het er zeker niet gemakkelijker op. De
Ghanese leerkrachten zijn uitgeblust en
werken in vergelijking met andere
beroepstakken voor een hongerloon. De
leerinhouden zijn zo afgestemd op Afrika,
de verheerlijking van Ghana en de bijbel,
dat het niet verwonderlijk is dat heel
wat kinderen en volwassenen moeite hebben
om op een kaart Europa of de Verenigde
Staten te vinden. Ik ben speciaal naar de
hoofdstad moeten gaan om een simpele
wereldkaart en een globe te vinden. Die
werden dan meestal nog eens `s avonds
bovengehaald, in de tuin van het
vrijwilligershuis, wanneer de gedachte
aan school veraf was en ze dus volop
vragen durfden stellen. Met behulp van
een zaklamp, een kaart en een wereldbol
heb ik hier schitterende geimproviseerde
aardrijkskundelessen gegeven.
De extra inkomsten van het foster parent
systeem, de hele financiele
herorganisatie, zullen Auntie Rose
toelaten om meer en beter personeel aan
te werven en de schoolinfrastructuur
gevoelig te verbeteren. Persoonlijk lijkt
het me beter voor haar om het schooltje
op te geven en zich volledig te
concentreren op het weeshuis. Ik heb het
haar voorgesteld, maar ze begint telkens
te wenen wanneer ik erover begin. Ik heb
haar een paar keer zien wenen, meestal
geflankeerd door wenende kinderen. De
mens, voor ellende geboren, zo lijkt het
soms toch. Maar daar wil ik het hier nu
ook niet over hebben. Ik heb de optelsom
gemaakt en het bleek toch goedkoper om
een eigen school open te houden, dat
bleek ook na het onderhandelen met
directeurs van scholen in de buurt (drie
kinderen inschrijven, bijvoorbeeld,
de vierde gratis). Goedkoper. Of het
beter is, daar heb ik mijn twijfels over.
Er zijn heel wat degelijke scholen in de
buurt die de kinderen meer kunnen bieden.
Daar komt ongetwijfeld verandering in
wanneer ze zich betere leerkrachten
kunnen veroorloven en een betere
leeromgeving creeeren, met genoeg
schoolboeken voor iedereen en klaslokalen
met deuren, bijvoorbeeld.
Drie maanden samenvatten, het is bijna
onmogelijk. Wie de blog
wat heeft gevolgd, die heeft min of
meer een idee van hoe ik het hier heb
ervaren. Maar er zijn nog zo veel
dingen die ik er niet in heb
opgenomen: de sessie in de recording
studio met Aguiar, bijvoorbeeld, een
rastafari wiens oprecht enthousiasme
zijn valse stem doet verbleken, die
keer dat een vrouw de wachtzaal in het
ziekenhuis onderspoot met haar
borstmelk, de African Big Momma die
aan het bevallen was toen ik haar,
toevallig zelf verkleed als een
African Big Momma, een helpende hand
bood, vleermuizen in de slaapkamer, de
nachtmerries ten gevolge van de
Lariam, de eenzaamheid, de
vreemdsoortige bevrijding wanneer je
niet meer over elektriciteit beschikt,
de bus die door een kudde koeien reed,
… Ik vertel het je allemaal wel eens
wanneer ik je zie. Wat onomstotelijk
vaststaat, is dat het me altijd zal
bijblijven.
Grote conclusies over Afrika? Naar het
schijnt zullen mensen me vooral daarnaar
vragen, waarschijnlijk in de hoop om hun
eigen meningen bevestigd te zien. Ik
schrijf het hier zodat ik het geen
duizend keer opnieuw moet uitleggen. Laat
ik de koe maar meteen bij de horens
vatten. Ik ben bang om te veralgemenen.
Ik heb een hekel aan ´grote conclusies´.
Ik wil dan ook geen uitspraken doen over
´de Afrikaan´. Je kan culturen niet
vergelijken om dan te zeggen dat de ene
beter is dan de andere. Maar je kan ze
wel vergelijken en ik kan je wel
vertellen hoe ik het heb ervaren.
Dat het anders reizen is dan
Europa, dat spreekt voor zich. Beauty is
in the eyes of the beholder, dat geldt
voor heel wat zaken, maar het klopt
vooral voor Afrika. Ik ben naar hier
gekomen om me onder te dompelen in een
wereld die ik niet kende, maar niet als
een reggae-\highlife-fan die zijn haar
aaneen laat klitten tot polsdikke
drendels (alsof ik dat nog zou kunnen,
met mijn steeds golvendere
haarlijn). Ik ben en ik blijf
altijd een Europeaan, of beter, een
Europeeer. Ik heb Afrika dan ook altijd
bewust vanuit dat standpunt blijven
ervaren. Dat betekent niet dat ik af en
toe vanuit mijn beschermde ivoren toren
daguitstapjes maakte, ik heb hier
werkelijk geleefd, ik at wat zij aten, ik
luisterde naar hun muziek, luisterde naar
hun meningen en wereldvisies en ik heb
bijgeleerd, heel veel. Ik kwam ook
niet in de veronderstelling dat alles
hier veel slechter of beter is. Het
klinkt nogal afstandelijk, maar ik wou
vooral weten of ik mijn draai kon vinden
in een land onder de kreeftskeerkring.
Ja, dus. Maar veel langer hoeft het voor
mij niet te duren. Drie maanden is
genoeg, zeker wanneer je het alleen doet.
Geen mens kan over zichzelf heen kijken.
Met Katrien of een van mijn beste
vrienden erbij had ik het hier
waarschijnlijk veel langer kunnen
uithouden. Voor het eerst heb ik echt
last gehad van heimwee, niet zozeer naar
een plaats, maar vooral naar de mensen
waar ik van hou. Niet dat die me allemaal
zo vaak nieuws van me vernomen hebben
(vooral via via en via de blog), ik heb
betrekkelijk weinig van me laten horen.
Ik hoop dan ook dat niemand me dat
kwalijk neemt. Het deed me goed om even
wat afstand te houden, maar ook daar wil
ik het hier niet over hebben.
Veel gelijkenissen vind je niet. Belgie
en Ghana hebben weinig gemeenschappelijk.
Het meest opvallende is de gedeelde hekel
aan - en het ongeloof in de capaciteiten
van - hun politieke leiders. Afrika, of
beter, West-Afrika, slaagt er
volgens de meeste Afrikanen waarmee ik
erover heb gesproken, niet in om zich ten
volle te ontwikkelen. De denkfout die ze
volgens mij maken, is dat ze, net zoals
de meeste westerlingen, veronderstellen
dat het om een ontwikkeling gaat in de
zin van een weg die moet worden afgelegd,
vooruit, en met het waas van ´word zoals
zij´ voor ogen. Er is hier zeker sprake
van een collectief
minderwaardigheidsgevoel ten opzichte van
de rest van de wereld. Ik jaag nu
waarschijnlijk een aantal mensen op
stang, maar het moet gezegd worden. Ik
heb hier in kerken horen verkondigen dat
het zo goed gaat met de blanken, omdat
die veel vaker de bijbel lezen. Tja. Ze
geven zichzelf ook de schuld van de
slavenhandel. Volgens heel wat mensen
hier waren de blanken onschuldig en
maakten ze gewoon gebruik van een handel
die al veel eerder door de Afrikanen werd
opgezet en door hen in stand werd
gehouden. Daar zit een historische
waarheid achter, maar ik schrok ervan hoe
snel ze de blanken hier verdedigen, met
een waarachtigheid die weinig blanken
zichzelf zouden toelaten wanneer ze met
die historische schuld zouden worden
geconfronteerd.
Veel gesprekspartners gaven zelf te
kennen dat ze een hekel hebben aan ´de
Afrikaanse mentaliteit´, de dubbele
moraal. Ik werd verschillende keren
gewaarschuwd dat ik niemand, zeker
mannen, mocht vertrouwen. Dat leek me
nogal stug, gezien de hoge morele normen
die ze hier beweren te hanteren en het
hechte sociale netwerk dat ze
onderhouden, maar dat ze hier werken met
twee maten en twee gewichten, dat valt
niet te ontkennen (niet dat westerlingen
het zoveel beter doen, hoor). Op
zondagochtend kan een man hier gerust
onzin staan psalmodieren in een van de
duizenden, tienduizenden kerken die Ghana
rijk is, om dan diezelfde zondag naar een
club te gaan om daar een leuke hoer uit
te zoeken. Ghana, disneyland voor
christenen, maar toch niet te beroerd om
mentaal gehandicapten naakt of halfnaakt
in de berm te laten leven of het recht in
eigen handen te nemen en vermeende
criminelen zelf in elkaar te slaan om ze
daarna naar de politie te brengen waar ze
nog eens in elkaar worden gemept.
Ontzettend vroom, maar niet te beroerd om
smeergeld te eisen en kinderen van school
de straat op te sturen omdat ze hun
schoolgeld niet kunnen betalen. Zwaaien
met de tien geboden, maar een
rechtsysteem onderhouden dat niet bedoeld
is om recht te doen zegevieren, maar om
orde te bewaren, meestal de kant kiezend
van diegene die het grootste bedrag op
tafel kan leggen. Moraliserend tot op het
bot, maar verbaasd, soms zelfs kwaad,
wanneer ik ze zeg dat ik mijn vriendin
niet wil bedriegen. Als je iets doet, doe
het dan verdorie goed. Ik heb meer
respect voor een goede christen dan voor
een halfslachtige atheist.
De grote rol die het christendom hier
speelt, is trouwens een schoolvoorbeeld
van hoe godsdiensten kunnen bloeien
wanneer ze een verbond vormen met een
aardse macht. Ze hebben elkaar nodig, ze
versterken elkaar en het lijkt er niet op
dat de secularisatie hier snel zal
toeslaan, integendeel. Machiavelli zou de
Afrikaanse leiders complementeren met hun
prestatie om de bevolking te inpireren en
te intimideren om zo de officiele orde te
kunnen bewaren. Het christendom past zich
aan, met name de zeer vrije vorm van
protestantisme die hier heerst, met zijn
arbeidsethiek en stilzwijgende aansporing
tot materialisme, is een uitstekend
middel om een hele maatschappij tot het
moderne kapitalisme in te wijden. Deze
maatschappij is gods-dienst-gek. Wanneer
ik ze zeg dat ik me meer laat leiden door
universele waarden, dan kijken ze me
meewarig aan. Niet in een god geloven,
dat kunnen de meeste mensen zich hier
niet inbeelden. Ik heb menig maal de
opgestoken wijsvinger getrotseerd.
Individuen die beweren in verbinding te
staan met een heilige macht worden hetzij
ingelijfd, of lijven zichzelf in, als
pastoors, of worden ´veroordeeld´ als
tovenaars en heksen, alhoewel ze dan toch
vaak genoeg officieus worden
ingelijfd door zogenaamde christenen om
ze voor een heel scala van onheil te
behoeden. Het onderscheid tussen die twee
groepen is heel vaag en eigenlijk weet ik
er te weinig over om er een volledig
onderbouwde mening op na te houden. Ik
hou me liever afzijdig van dat esoterisch
gedoe. Daar wil ik het hier dus niet over
hebben. Kort: ik ben geen fan van het
christendom. Ik ben namelijk zelf
protestants opgevoed. Het intrigeert me,
ik lees er graag over, maar ik ben
absoluut geen fan. Ik wist op voorhand
dat de naam van het weeshuis verwijst
naar Christus, maar daar kunnen die
kindjes niets aan doen, dacht ik toen,
het is hun schuld niet. Christenen hier
zijn luid en arrogant. Ik zou vechten
voor hun recht om te mogen geloven wat ze
willen - ik wil immers ook kunnen
`geloven` wat ik wil - maar het is
moeilijk om verdraagzaam te zijn wanneer
ze hele nachten in hun micro’s staan te
brullen en me om de haverklap trachten te
bekeren. Geef mij dan maar moslims, die
zijn veel rustiger, hier toch. De adhaan
in zijn minaret lijkt me om vier uur ´s
ochtends ´n veel sympathiekere kerel dan
de krijsende pastoor die op een
doordeweekse zondagmiddag zijn kudde
wauwelende schapen in de zoveelste
groepshypnose brengt. De nachtelijke
exorcismes, de constante ´God bless
you´-s, de miljoenen verwijzingen naar
Jezus en zijn posse, ik krijg er
letterlijk het schijt van. De diarree
heeft me opengereten.
Ik merk dat ik de zin om politiek correct
te zijn een klein beetje heb verloren. Ik
voel me dan ook niet te beroerd om te
zeggen dat je wel blind moet zijn om niet
te zien dat Afrikanen, en vooral de
Afrikaanse leiders, de problemen waarmee
ze kampen het hoofd zouden kunnen bieden
door meer, beter en efficienter met
elkaar samen te werken. Ik val geen enkel
individu aan, je kan nooit hele
bevolkingsgroepen over dezelfde kam
scheren, maar het lijkt er toch wel heel
sterk op dat ze collectief hebben
opgegeven. Er wordt geklaagd, maar er
wordt nauwelijks geprotesteerd. Belazerd
door de bazen, hun macht verloren aan de
corrupte overheidsinstellingen, een
schijnbaar uitzichtloze situatie. Als
individu heb je hier bijna geen andere
keuze dan het systeem te voeden. Ze
leggen er zich bij neer, proberen te
overleven, leven van dag tot dag in het
volle besef dat het waarschijnlijk nooit
zal beteren. Zo is het inderdaad moeilijk
om vooruit te denken in termen van jaren,
om gerichte toekomsplannen te maken.
David Allen heeft ooit gezegd dat wanneer
je twee mensen de verantwoordelijkheid
geeft over hetzelfde, er uiteindelijk
niemand verantwoordelijk is. Dat ze hier
eerder de groep boven het individu
plaatsen, dat staat vast. Maar ondanks
het feit dat ze sterk de nadruk leggen op
het groepsgebeuren, op de natie,
vertrouwen ze hun medeburgers voor geen
haar. Wanneer iets misloopt, is het dan
ook nooit hun eigen schuld, maar altijd
die van de andere Afrikaan. Ik geef
eerlijk toe dat ik er geen snars van
snap. Ik geef trouwens de voorkeur aan
het individualisme, maar wie ben ik om te
oordelen wat beter of slechter is?
Een Keniase filosoof zei ooit dat wanneer
een Afrikaan onder een boom zit, geen
tijd aan het verspillen is, maar tijd aan
het produceren is. Ik kan dat snappen,
denk ik. Het levenstempo lijkt hier
inderdaad veel lager en de mensen lopen
niet constant gestresst rond zoals bij
ons. Probeer hier maar eens trouwens het
begrip depressie uit te leggen. Het was
leuk om af en toe eens ongeneerd een paar
uren echt niets te doen. Daar
blijft het bij. Ik weet dat ik de wereld
door mijn westerse bril bekijk, maar de
tijd-verspillen\tijd-produceren- analogie
is onzin, vind ik. Op een vrije dag, op
vakantie of op een snipperavond eens
zalig nietsdoen, dat is zalig, dat valt
niet te ontkennen, maar als (niet
wanneer, maar als) de tijdsinvulling van
een hele natie, een heel continent,
daarop gebaseerd is, dan zit je in deze
wereld vol concurrerende economieen met
een probleem. Ik zeg niet dat Afrikanen
lui zijn. Dat zou even belachelijk zijn
als zeggen dat alle Walen lui zijn. Veel
mensen werken hier heel hard, vaak zelfs
veel harder, of beter gezegd, onder veel
moeilijkere omstandigheden dan bij ons,
maar ze geven zelf grif toe dat er op
deontologisch vlak nog veel kan worden
verbeterd. De rigoureuze bureacratie kent
hier bijvoorbeeld haar weerga niet. Er
wordt niet gestreefd, of toch weinig,
naar efficient werken. Tradities,
vastgeroeste gewoonten, die zaken bepalen
hoe er gewerkt wordt en hoe er in de
toekomst gewerkt zal worden, het is
cultureel bepaald. Ze hebben de
industriele revolutie dan ook op een heel
andere manier meegemaakt dan wij. Heel
onze geschiedenis is anders. De
renaissance hebben ze hier bijvoorbeeld
nooit gekend, terwijl die bij ons al aan
haar einde toe is. Het is normaal dat ze
anders leven dan wij, alleen maar al het
klimaat in aanmerking genomen! Zonder af
en toe een middagdutje had ik het hier
ook niet overleefd.
Het is zeker geen zwartwitverhaal. Ik kan
het hier alleen maar hebben over hoe ik
het heb ervaren. Kort: zij doen het niet
beter dan wij, wij doen het niet beter
dan hen, we doen het gewoon anders. Dat
wil ik tenminste graag geloven. Er is dan
toch nog wat politieke correctheid
overgebleven. Als ik echter eerlijk wil
blijven, dan vind ik dat wij het op heel
wat vlakken toch ´beter´doen. Ons
efficient, jachtig leven maakt ons echter
zeker niet gelukkiger dan hen,
integendeel. We kunnen op heel wat
vlakken van de Afrikaanse cultuur leren.
Van heel simpele, praktische zaken zoals
het feit dat dingen op je hoofd dragen
helemaal zo gek nog niet is, of water uit
plastic zakjes, of de orde in de chaos
van het openbaar vervoer - een
zelfregulerend systeem van trotro’s die
op en af rijden, zodat je op elk moment
van de dag bijna onmiddellijk een busje
in de juiste richting kan nemen, een
systeem dat alleen werkt in gebieden met
een uitgesproken lintbebouwing, maar mits
enige aanpassingen ook in de meer
verstedelijkte gebieden in Europa zou
werken – tot meer diepzinnige
onderwerpen, zoals het respect voor
ouderen dat in schril contrast staat met
de pisserige bejaardentehuizen waar veel
van onze gepensioneerden in terechtkomen
– laat staan de eenzaamheid waarmee
bejaarden geconfronteerd worden in een
maatschappij waarin ze schijnbaar niet
meer meetellen. Het leven staat hier dan
ook meer in het teken van de herinnering
dan van de toekomst. We kunnen zeker
leren van Afrika. We kunnen ons
bijvoorbeeld laten inspireren door hun
kijk op de waarde van (vrije) tijd, van
hoe kinderen er niet overbeschermd worden
opgevoed en gerust buiten mogen spelen,
tot de DIY-attitude die er heerst. Hier
worden mensen geacht hun plan te trekken
en zelf de handen uit de mouwen te steken
in plaats van anderen te betalen om het
voor hen te laten doen. Daar hou ik wel
van. Ik hou, ondanks het feit dat ik heel
goed besef dat ik waarschijnlijk meteen
zal hervallen, ook van avonden zonder
televisie en internet, soms zelfs van
avonden zonder elektriciteit. Ik hou van
een zee van tijd om boeken te lezen en te
herlezen. En ik hou van het Engels dat ze
hier spreken: de hoofdtelwoorden die te
pas en te onpas na zelfstandige
naamwoorden worden geplaatst, het
assimilatiesysteem dat ik maar niet onder
de knie krijg, de modale klik- en
keelklanken waarmee ze hun meningen
versterken, de hele taalcultuur.
Verschillende talen, verschillende
wereldbeschouwingen. De kruisbestuivingen
tussen de plaatselijke talen en het
koloniale Engels dat ze hier hebben
geerfd, zijn soms zo mooi dat je de
woorden kan proeven tussen tong en
verhemelte. Dat het afwijkt van het
Engels dat wij geacht werden te leren,
the Queen`s English, dat staat
onomstotelijk vast, maar het is zeker
geen verarming van de Engelse taal. Het
is een andere taal, een onafgebakend
stukje in het taalcontinuum dat nog
weinig gemeenschappelijk heeft met de
zogenaamde standaardtaal. Ik ken
ondertussen ook al een aardig mondje Twi.
Het beperkt zich tot wat
standaardzinnetjes en plaatselijke
uitdrukkingen, maar die kleine
taaluitingen worden hier heel hard
geapprecieerd. Een blanke die wat van de
plaatselijke taal kent, dat vinden ze
hier super! Ze vinden het grappig. Je kan
het waarschijnlijk vergelijken met die
sketch van Rutten Achtenehentih die wij
allemaal zo fantastisch vinden.
Tientallen mensen hebben me gevraagd om
ze een uitnodiging te sturen om naar
Belgie te komen. In Europa, of in de
Verenigde Staten, daar zullen ze het
maken, daar kan je geld verdienen, daar
is alles beter en makkelijker. Je kan het
hen niet kwalijk nemen, West-Afrika is op
heel wat vlakken nu niet meteen de hemel
op aarde, onder andere op culinair vlak,
toch wat de dagdagelijkse voeding
betreft, maar daar wil ik het hier nu ook
niet over hebben (al wil ik er wel aan
toevoegen dat het vlees van een
zelfgeslacht dier zelfs de sappigste
kant-en-klare biefstukken doet
verbleken). Het zijn gevangenen in hun
eigen land. Ze mogen nergens heen, met
een beetje geluk naar de buurlanden, maar
Europa, of Amerika, bijna onbereikbaar,
en als je er geraakt, Utopia! Melk en
honing, overal waar je kijkt, je likt het
er van de muren! Sommige Afrikanen lijken
zelfs te geloven dat het
spijsverteringskanaal van een blanke
eindigt in een orgaan dat cash
produceert. Ik kan begrijpen dat ze een
vertekend beeld hebben – de westerlingen
die tot hier komen, zijn de westerlingen
die het zich kunnen veroorloven om tot
hier te komen – en ik had me er mentaal
op voorbereid dat hier heel wat mensen
uit waren op mijn geld. Ik wist het op
voorhand, ik mag dus eigenlijk niet
klagen. Niets kon me echter voorbereiden
op de dagdagelijkse stroom van schooiers
die me ongegeneerd om alles vroegen waar
ze op dat moment zin in hadden. "Gimme a
coke." "Gimme five cedis so I can chop
some fufu." "Gimme a cigaret" (ben
ondertussen weer voor de zoveelste keer
gestopt, maar daar wil ik het hier nu
niet over hebben). Gimme this, gimme
that. Zonder please, of zonder enige
poging om ook maar enige empathie op te
wekken. Kinderen, volwassenen, bekenden
en onbekenden. Soms had ik gewoon geen
zin meer om de straat op te gaan. Ik heb
ooit ergens gelezen dat mensen de
vernedering van het geholpen worden soms
mensonterender vinden dan de armoede,
maar dat is een stadium dat ze hier dus
collectief hebben overgeslagen. Er is
geen schaamte wanneer je een blanke
zomaar om iets vraagt. Het is zelfs
vanzelfsprekend geworden. Wij schijten
blijkbaar toch geld. Ik had me
voorgenomen om alleen aan het weeshuis en
de kinderen in het weeshuis te geven. Dat
heb ik ook gedaan. Je moet ergens een
keuze maken, anders ben je meteen alles
kwijt. Ik heb van mijn hart een steen
gemaakt. Dat ging opvallend gemakkelijk,
moet ik toegeven. Na een tijdje geraakte
ik het echter zo beu om constant mensen
te moeten afwijzen dat ik een tikkeltje
vijandigheid in mijn eigen gedrag kon
bespeuren. "Ubruni, gimme a coke." "No,
YOU give ME a coke!" "Hey white man!
Gimme ten Ghana cedi!" "Kiss my ass!" Dat
laatste is trouwens maar een keer
gebeurd, op een echte baaldag. Meestal,
bijna altijd eigenlijk, kostte het me
geen moeite om tegen iedereen vriendelijk
te zijn, maar op sommige dagen werd het
me gewoon te veel. Bijvoorbeeld toen ik
zo stom was geweest om geld te lenen aan
een kerel die ik eigenlijk niet zo goed
kende, maar me toch eerlijk voorkwam. Ik
had niet van mijn regel mogen afwijken.
Ik heb hemel en aarde moeten bewegen om
het terug te krijgen.
Ik weet dat ik hier een gast ben, dat ik
geacht word me te gedragen, net zoals
immigranten bij ons geacht worden zich
`te gedragen`, maar je geraakt het zo
snel beu om constant bakken aandacht over
je heen te krijgen omwille van je
huidskleur dat je die leefregel plots
spontaan achter je kan laten (alhoewel
dat niet zo vaak gebeurde, hoor, heel
zelden zelfs). Ik heb geproefd van wat
immigranten elke dag expliciet of
impliciet, verborgen of openlijk
meemaken. Het smaakt bitter. Terwijl de
meeste mensen, hoop ik toch, in Europa
naar kleurenblindheid streven, zetten ze
dat hier extra in de verf. Kan je je
inbeelden dat een Afrikaan in Belgie
constant, en ik bedoel dan ook echt
constant, "Hey zwarte!" wordt toegebruld?
En dat die dan nog eens geacht wordt om
constant beleefd terug te lachen? Mijn
andere roepnaam hier, trouwens, is Jezus.
Nu lijk ik inderdaad wel een beetje op
het beeld dat mensen van die kerel
hebben, maar iedere blanke man met een
baard en lang haar komt hier
waarschijnlijk in aanmerking om zo te
worden aangesproken. Ik kon het niet
laten om af en toe gewoon vroom terug te
lachen.Ik vond het best wel grappig.
Ik praat nog steeds zo vaak mogelijk met
zoveel mogelijk mensen, ik ontmoet graag
mensen, maar vanaf ik merk dat ik
aangesproken word omdat ze enkel en
alleen iets van me willen, dan laat ik ze
min of meer gewoon links liggen, meestal
beleefd, expliciet of impliciet,
verborgen of openlijk. Op sommige dagen
kan je er gewoon de energie niet meer
voor opbrengen. Wanneer mensen me voor de
zoveelste keer met ubruni aanspreken,
terwijl ik ze hen al meerdere keren mijn
naam heb meegedeeld, dan reageer ik er
ook liever niet meer op. Dat
eliminatieproces klinkt misschien
asociaal, maar het heeft me wel degelijk
nieuwe vrienden opgeleverd, gasten die
niets van me verwachten, maar het gewoon
leuk vinden om me in de buurt te hebben.
Ik heb het dan toch misschien wat
onderschat. Misschien gedij ik dan toch
niet zo goed in andere culturen als ik
zou willen. Ik heb me aangepast in de zin
dat ik mijn eigen veilige, Ghanese
microkosmos heb gevonden, een veilig
eilandje in een vreemde cultuur, namelijk
het weeshuis en de onmiddellijke omgeving
van het weeshuis. Ja, ik heb ook een
klein beetje gereisd binnen Ghana, ben
zelfs tot op de grens met Burkina Faso
gegaan, het was fantastisch, maar of ik
het echte Afrika ervaren heb, zoals
Afrikanen die ervaren? Ik weet het niet.
Ik denk het niet. Afrika is heel hard
voor Afrikanen en hoewel ik moet toegeven
dat het soms moeilijk was, moet ik
bekennen dat ik hier niet ´echt´ heb
afgezien. Ik heb namelijk geld genoeg, of
eerder, had. Als ik een boekhouder had,
dan zou ik ´m op mijn aankomst in Belgie
ter plekke moeten reanimeren. Ik heb er
geen idee van in welke toestand mijn
bankrekening zich nu bevindt. Niet dat
het leven hier zo duur is, ik zou zeker
kunnen hebben toekomen met minder dan
drie euro per dag, voor mezelf. Voor
mezelf. Ik had het veel goedkoper kunnen
doen, maar dan gingen de kinderen van het
weeshuis zich ook minder geamuseerd
hebben. Geld maakt niet gelukkig (een
adagium van diegenen die het hebben),
maar wat ik met mijn geld gedaan heb (en
dat van anderen), dat heeft die kinderen
toch wat gelukkiger gemaakt. En ik heb nu
ook niet omzeggens ultrasober geleefd.
Het was niet buitensporig, ik heb hier
normaal uitgegeven, een beetje zoals ik
in Belgie leef. Elke week ging ik
gemiddeld een keer uit en het meeste geld
ging naar noodzakelijkheden voor het
weeshuis en de kinderen (en cola, ik hou
van cola). Na twee maanden werkte
mijn Visakaart niet meer, om een of
andere reden. Het is me niet gelukt om
een gedetailleerd budget bij te houden,
ondanks het feit dat Adinda me dat had
gevraagd, iets wat als leidraad kon
dienen voor toekomstige vrijwilligers. Ik
kan het echter kort samenvatten: indien
nodig kan je hier met een paar euro’s per
dag rondkomen zonder honger of dorst te
lijden. Je merkt echter snel dat je al
het mogelijke wil doen om voor die
kinderen te zorgen en dat betekent dat je
wat dieper in je buidel tast, spontaan.
Gelukkig had ik mijn Mastercard nog en
heb ik het in de laatste maand gewoon
heel kalmpjes aan gedaan. Zelfs als ik
diep in het rood sta, ik heb er geen
spijt van. Geld kan je altijd opnieuw
verdienen en ik ben nu niet meteen van
plan om op mijn luie kont te zitten. Ik
kan hier vertrekken met een goed gevoel.
Ik heb iets goeds gedaan met mijn geld,
voor mezelf en voor anderen. Plus, ik
ben, naast in azerty, nu ook vloeiend in
qwerty en qwertz. Dat is mooi meegenomen.
Vanaf je je begint op te winden, dan ben
je verloren. Ik heb me een aantal keren
flink opgewonden, wanneer het weer eens
tergend traag ging, wanneer niets leek te
marcheren zoals wij het gewend zijn,
wanneer de combinatie van diarree,
heimwee en sensorische deprivatie op
culinair vlak me tot wanhoop dreven (al
wil ik er wel aan toevoegen dat Vivian,
de dochter van Auntie Rose,
voortreffelijke tomatensoep maakt). Ik
ben westers, ik ben een Vlaming, een Belg
en een Europeeer. Ik ben geen Afrikaan en
ik maak me ook de illusie niet dat ik
snap wat het betekent om Afrikaan te
zijn. Ik heb hier, zoals gezegd, heel
veel mooie momenten meegemaakt, maar als
ik om een of andere reden gedwongen zou
zijn om de rest van mijn leven hier te
spenderen, dan zou ik me immens
ongelukkig voelen. Ik kan die
gangsta-hiphopcultuur die hier zulke hoge
toppen scheert bijvoorbeeld niet serieus
nemen – ik heb 50 Cent en Snoop Dogg
altijd al vooral grappig gevonden,
geniaal in de eenvoud van hun lyrics,
begeesters van vette beats, leuk, maar
daar blijft het ook bij. De fascinatie
voor Celine Dion snap ik al helemaal
niet. Ik snap niet wat de mensen hier
bezielt om zich godganse dagen met God en
andere kwade geesten bezig te houden en
ik kan niet elke dag vrijwillig rijst
eten. De Afrikaanse film ligt me echt
niet. De stroomstoringen en de constante
chaos, ik kwam er soms gek van. Mijn
cultuur is mijn thuis en hoe meer ik
reis, hoe meer ik dat besef. Niet dat ik
me uitsluitend wil wentelen in mijn
cultuur - ik wil de rest van mijn leven
blijven ontdekken, blijven reizen - maar
ik ben altijd blij om terug te keren naar
Belgie. Als ik niet bereid was geweest om
me me open te stellen en mezelf de
mogelijkheid te laten om ook minder leuke
dingen mee te maken, dan was ik beter
thuisgebleven. Dat zou heel jammer
geweest zijn, want de minder leuke kanten
van Afrika wegen niet op tegen al de
ontzettend intense momenten die je hier
beleeft. Het zit ´m in de veelheid van de
kleine dingen, ook de heel kleine dingen,
bijvoorbeeld de jingles op de radio, de
glimlach waarmee je steevast wordt
begroet, de kans om een eerste pull
my finger te plegen op een groep
kinderen (ze kwamen niet meer bij), de
reclameslogans en -spotjes, de kirrende
geluiden van ´n kind dat gewoon even een
knuffel wil, vuurvliegjes in pikzwarte
nachten, ...
Het was dus niet altijd even makkelijk,
gelukkig! Het voordeel van werken voor
Sre Kind is dat er geen, of toch
nauwelijks, richtlijnen zijn. ´Doe goed´,
daar komt het eigenlijk op neer. Doe wat
je goed acht. Dat maakt het eigenlijk
moeilijker, je moet immers zelf structuur
geven aan je dagen, maar dat maakt het
ook uitdagender, je leert er meer uit. Ik
gedij in die onzekerheid, onvervalste
trial-and-error. Dat is avontuur, hoe
bescheiden het ook mag klinken. Ik nodig
iedereen uit om het ook eens te proberen.
Dit is echt een leuk project voor mensen
die eens vrijwilligerswerk willen doen en
de kinderlachjes, geloof me, ze zijn de
moeite waard. Deze kinderen, oprecht
enthousiast, met nauwelijks
voorgeprogrammeerde fantasieen, spontaan
en altijd bereid om een ander te helpen.
Zo worden ze hier ook opgevoed: zorg voor
elkaar. Ondanks de ontberingen hoor je ze
zelden klagen en ze zijn allesbehalve
lui, ze zitten vol energie. Ik ben
ontzettend blij dat ik ze heb leren
kennen.
Het moeilijkste was dat ik niemand had om
het mee te delen. Ik had me zo´n twee
jaar geleden voorgenomen om nooit meer
alleen op reis te gaan, maar het lot
heeft dus anders beslist. Het cliche
luidt dat gedeelde vreugde dubbele
vreugde is. Zoals in de meeste cliches
schuilt daar wat waarheid in. Ik heb me
heel eenzaam gevoeld en in de weekends
ging ik sinds mijn tweede maand niet meer
naar de tropische stranden met gezellige
bars, omdat ik gewoonweg niemand had
waarmee ik zulke gelukzalige momenten
echt kon delen. Dan bleef ik nog liever
in Kasoa, met mijn boeken, de
weeskinderen en wat vrienden.
Ben ik harder geworden? Ik weet het niet,
ik denk het niet. Ik zal waarschijnlijk
altijd `n `softie` blijven, maar ik heb
hier wel geleerd om wanneer het nodig is,
van mijn hart een steen te maken. Ik ben
ook niet van plan om me de rest van mijn
leven schuldig te voelen omdat we het in
Belgie op heel wat vlakken beter hebben.
Ik hou van die kinderen, en ik vind het
jammer dat hun leven zo veel harder is
dan dat van ons, dat ze minder kansen
hebben, maar dat doet niet af aan het
feit dat ik de hedonist in mezelf niet
aan banden zal leggen. Misschien een
ietsje meer beteugelen, maar zeker niet
aan banden leggen. Er zullen altijd
plaatsen zijn op aarde waar mensen
lijden, daar kan ik in mijn eentje niets
aan veranderen. Wat ik hier gedaan heb,
is gewoon de zoveelste druppel op een
hete plaat, maar die druppels worden hier
echt wel geapprecieerd. Ik ga mijn leven
niet wijden aan
ontwikkelingssamenwerking, maar, ik zeg
het nog eens, ik ben blij dat ik dit heb
kunnen doen.
Heb ik een visie op `Afrika`? Nee, ik heb
er meerdere. Het is gewoonweg te veel om
er een enkele mening over te hebben. Het
is te complex om er simpelweg positief of
negatief tegenover te staan. Ik zou graag
willen zeggen dat ik het iedereen zou
aanraden, maar ik weet nu al dat heel wat
mensen het helemaal niet zo tof zouden
vinden om hier een lange periode te
blijven, het op een nog heel andere
manier zouden ervaren. Je hoeft niet van
Afrika te houden. Ik denk dat het heel
normaal is dat heel wat westerlingen hier
niet kunnen gedijen. Aan de insekten
geraak je uiteindelijk wel gewend, maar
als dat de reden is waarom je er niet
heen wilt, dan blijf je inderdaad beter
thuis. Afrika beklijft, maar het hangt af
van je eigen geestesgesteldheid. ´n
Viezekloot, die ergert zich hier
constant. Trutjes zijn hier voortdurend
bang. Sletjes, die amuseren zich hier te
pletter. Idealisten, die zien hier overal
mogelijkheden om te helpen.
Depressievelingen worden hier
waarschijnlijk alleen maar depressiever.
Pessimisten, die roeien hier constant
tegen de stroom op en optimisten, die
ontdekken hier overal geluk. Het is bijna
onmogelijk om de ervaring van Afrika uit
te leggen aan iemand die er nog niet is
geweest, zeker in een simpele blogtekst,
en iedereen ervaart het anders, daar ben
ik zeker van.
Contrast, dat is waarschijnlijk het
sleutelwoord om deze cultuur te
omschrijven. De weeskinderen, zo sterk en
tegelijk zo zwak, de Jezusgekte tegenover
de traditionele godsdiensten, de
opdringerige hoeren versus de vrome
vrouwen, de ongerepte savanne versus de
vuile steden. Afrika is Afrika en zal
waarschijnlijk altijd Afrika blijven.
Waarschijnlijk de stomste zin die ik ooit
heb geschreven, maar het verwoordt
precies wat ik bedoel. Ze gaan hun eigen
richting uit, en terecht, maar ze hebben
er volgens mij zelf geen idee van waar ze
terecht zullen komen. "This is Africa",
zei Leonardo di Caprio in Blood Diamond.
Daar komt het op neer. Het lijkt er niet
op dat daar binnenkort verandering in
komt. Om deze paragraaf te eindigen met
een vreselijk cliche, wij hebben het zo
goed in Belgie! Ondanks die crisis!
Welvaart is allesbehalve vanzelfsprekend.
Iedereen heeft problemen en het is
belangrijk om niemands problemen te
minimaliseren, maar we kunnen op z`n
minst een poging wagen om alles wat te
relativeren en die klaagcultuur, ook al
is het maar een klein beetje, in te
dijken. Optimisme is een plicht, zei
Popper, en daar wil ik me alvast graag
aan houden.
Over optimisme gesproken, wat Afrika
nodig heeft, vind ik, is een Afrikaanse
versie van Barack Obama, iemand die een
gemeenschappelijke visie kan verwoorden
en mensen kan motiveren, iemand die de
Afrikanen van hun collectief
minderwaardigheidscomplex kan afhelpen.
Je hoeft niet akkoord te gaan met me. Dat
is wat ik heb kunnen afleiden uit al de
gesprekken die ik hier gevoerd heb. Ik
weet helemaal niet zo veel over de
Afrikaanse Unie, over de
ontwikkelingsproblematieken en over de
gevolgen van de schommelingen van de
wereldeconomie op de gemiddelde Afrikaan.
Eerlijk gezegd boeien die zaken me ook
niet zo mateloos dat ik me er spontaan in
wil verdiepen. Er zijn ongetwijfeld veel
mensen met meer verstand van zaken die
een mooiere, meer genuanceerde visie op
Afrika hebben en ik nodig ze uit om mijn
meningen te weerleggen, mijn meningen te
duiden of me op andere zaken te wijzen.
Misschien heb ik wel een vertekend beeld,
ik weet het niet. Wat Afrika ook nodig
heeft, trouwens, is meer La Vache qui
rit. Waarom? Gewoon omdat het lekker is.
Ik wijk af, ik wijk af. Was het
gemakkelijk? Nee. Zou ik het opnieuw
doen? Hell yeah, maar liever niet alleen.
Ik heb elke dag genoten, maar ik kijk er
nu naar uit om terug in de anonimiteit
van een blanke massa te verdwijnen, hoe
vreemd dat ook moge klinken. Ik kijk er
heel hard naar uit om mijn ouders, mijn
vrienden, mijn broers en Katrien terug te
zien. In september begin ik met lesgeven,
er nu meer dan ooit van overtuigd dat
goed onderwijs de hoeksteen vormt van
elke welvarende beschaving. Ik weet niet
of ik een goede leerkracht ben of zal
worden. Ik zal het alvast proberen. Ik
was een goede stagiair en een goede
student, en in het komende schooljaar
geef ik opnieuw het beste van mezelf,
maar dan altijd vooraan in de klas. Me
onzeker voelen, dat ligt in mijn aard,
het is mijn grootste obstakel en het is
tegelijk datgene wat me drijft om altijd
maar beter te presteren. Misschien ben ik
helemaal geen goed rolmodel, misschien
ben ik helemaal niet geschikt als
leerkracht. Ik ben nog liever een goede
strontraper (als dat beroep ooit echt
bestaan heeft) dan een slechte
leerkracht. Ik sta nu wel steviger in
mijn schoenen, maar ik heb nog niet
beslist waar ik heen ga.
"Hij die niet weet waar hij heen gaat,
gaat het verst." heeft een of andere
filosoof ooit eens gezegd. Ik weet WEL
waar ik vandaan kom en waar ik nooit naar
wil terugkeren. Ooit ging ik dagelijks
naar een afstompend callcenter. Ik heb
het een klein jaar volgehouden, ik heb
daarvoor ook andere klotejobs gehad, ik
ben heel diep gegaan. Ik heb ettelijke
keren gefaald op heel veel vlakken en ik
heb me het grootste deel van de jaren na
mijn puberteit (of de laatste jaren van
mijn puberteit, die in dat opzicht veel
te lang is blijven duren) slecht gevoeld.
Voor het eerst in jaren heb ik nu het
gevoel geen sukkel meer te zijn. Deze
reis was de laatste fase in wat jaren
heeft geduurd en begon met een schijnbaar
eenvoudige beslissing: naar school gaan
met de bedoeling daadwerkelijk af te
studeren, alles op alles zetten om deze
keer niet te falen. Ik zou het nooit
hebben gekund zonder de steun van mijn
ouders en mijn vrienden en eigenlijk heb
ik ALLES aan hen te danken, gewoonweg
zelfs het feit dat ik deze reis kon
maken! Er gaat geen dag voorbij dat die
gedachte niet door mijn hoofd gaat. Ik
weet niet waaraan ik al dat geluk heb
verdiend. Ik hoop dat ik op een
vergelijkbare manier iets heb kunnen
betekenen voor de kinderen in het
weeshuis, van Akajo tot Vivian, van de
jongste, Kevin Fre Abekah, tot de oudste,
Abigail. Zij hebben in hun leven veel
minder geluk dan mij gekend en ze zullen
waarschijnlijk nooit zoveel kansen
krijgen als ik heb gekregen. Dat ik nu
terugkeer naar Belgie, van plan ben om
daar een eigen leven op te bouwen en ook
wat materiele rijkdom te verzamelen – ik
koop deze zomer mijn eerste auto - wil
niet zeggen dat ik ze links laat liggen.
Ik sponsor een talentvolle puber,
Michael,
en ik ben van plan om Kevin en Adinda,
en dus indirect het weeshuis, te
blijven helpen, hetzij in een ietwat
bescheidener manier dan in de voorbije
maanden. Volgend jaar of binnen twee
jaar keer ik hier zelfs nog eens
terug.
Tips voor toekomstige vrijwilligers?
Afrika overkomt je. Probeer er niet te
veel bij na te denken wanneer het je
overkomt, daar heb je achteraf nog tijd
genoeg voor. Ik heb mezelf nog nooit in
een toestand van geluk gedacht.
Morgen neem ik hier afscheid. Ik herinner
me de eerste dag dat ik hier kwam. Ik
vroeg aan een van de kinderen waar hij
van hield. Heel serieus, me strak
aankijkend, antwoordde hij "I like to
eat. Gimme some!" Om die gedachte in ere
te houden trakteer ik ze vrijdag met mijn
laatste geld op een riante maaltijd:
geit, lekker op de barbecue. Daarna:
popcorn, cola en nootjes. De
geluidsinstallatie en dj doen de rest.
Ik wil om af te sluiten nog even mijn
familie en vrienden van de familie
bedanken om extra geld te sturen. Dat
heeft mij, maar vooral de kinderen, veel
deugd gedaan. Als er mensen zijn die meer
willen doen, mensen die een kind
willen
sponsoren, geld willen
storten, of ook eens
naar Ghana willen om het eens allemaal
met eigen ogen te zien, surf dan naar
www.vzwsre.be.
Het weeshuis heeft al een indrukwekkende
weg afgelegd, maar er is nog heel wat
werk aan de winkel. Alle hulp is welkom.
Kevin en Adinda geven je alle informatie.
Voor meer algemene vragen kan je
uiteraard ook bij mij terecht.
