Frederick Van Gysel - funkyfre - fréstyle producties

www.frestyle.eu

Frederick Van Gysel - funkyfre - fréstyle producties

Welkom, ik ben Fré.
Hier wordt niet geschransd aan de trog der vergetelheid. Of toch een beetje...
Met andere woorden, dit is mijn blog
.

Drop it like it's hot


follow funkyfre at http://twitter.com

Mein Lieblinks

Italië, augustus 2007 Hoe kunst m'n reis maakte
logogtd Lifehacking in het onderwijs
Foto's Snapshots
vzwrse copy vzw Sre Kind
Live vanuit Tenerife! www.katriengoes.be
Somewhere nice Pauls blog
favicon Arnvids blog
Somewhere nice Nick in the world


30/05/10 23:59
mei 2010
apr 2010
feb 2010
jan 2010
dec 2009
nov 2009
okt 2009
aug 2009
jul 2009
mei 2009
feb 2009
jan 2009
dec 2008
nov 2008
okt 2008
sep 2008
aug 2008
jul 2008
jun 2008
mei 2008
apr 2008
mrt 2008
feb 2008
jan 2008
  • auto
  • bureau
  • creatief
  • eindwerk
  • filmpjes
  • gang
  • Ghana
  • huis
  • keuken
  • kunst
  • lifehacking
  • muziek
  • Over.deze.blog
  • photoshop
  • reclame
  • reizen
  • rest
  • school
  • slaapkamer
  • sport
  • surfen
  • taal
  • tech
  • televisie
  • tutorial
  • tv-meubel
  • wandkast
  • websprokkels
  • woonkamer
Fré's RSS-feed
Reacties
mei 2009
Frederick Van Gysel - funkyfre - fréstyle producties | jul 2009 | feb 2009

Ik ben terug, en hoe!

30 mei 2009, 09:17u
Het is bijna afgelopen. Drie maanden geleden liet ik de bekende vier muren van mijn kamer achter me om me terug de wijde wereld in te begeven, deze keer met een diploma op zak. Niet dat ik in die drie jaar en een half als een kluizenaar heb geleefd, maar ik heb toch ettelijke uren aan mijn bureau doorgebracht, met soms licht agorafobische neigingen tot gevolg. De stap om in mijn eentje naar Afrika te vertrekken leek me drie maanden geleden dan ook veel groter dan ze eigenlijk was. Ik begin te vermoeden dat zenuwachtigheid in mijn aard ligt, maar de vele waarschuwingen en cowboyverhalen over het leven van een blanke in Afrika hebben de drempel alleen maar onnodig hoog gemaakt. Ik heb me hier op geen enkel moment echt onveilig gevoeld, toch niet onveiliger dan in Oostende. Sommige zaken zijn gewoon universeel. Niet dat ik zò veel reiservaring heb, maar met een glimlach en wat hoffelijkheid kom je al heel ver. Ik heb er spijt van dat ik, uit angst voor diefstal, mijn MacBook, mijn iPhone, niets van mijn dierbare technologie of luxe heb meegenomen. Kasoa, Ghana in het algemeen, is heel veilig. Wanneer de eerste cultuurschok eenmaal begint na te zinderen, dan ontdek je een heel warme wereld, zowel letterlijk als figuurlijk. Ik kan me echter ook inbeelden dat heel wat mensen het hier helemaal niet zo aangenaam zouden vinden. Afrika kan veel van je vergen en ondanks de ontelbare mooie momenten die ik hier heb meegemaakt, heb ik hier af en toe ook heel wat gevloekt. Maar daarover straks meer.

Binnen een paar dagen vlieg ik terug naar Belgie, waar de trema´s talrijk zijn. Tijd voor een eindbalans: honderden wondjes verzorgd, wat twijfel gezaaid, ontzettend veel positieve aandacht gegeven en een bescheiden literatuurlijstje afgewerkt (in willekeurige volgorde: Het einde van de standaardtaal, Extreem luid en ongelooflijk dichtbij, Kunst begrijpen, De zondvloed, Grote vragen uit de geschiedenis, How to be good, El Negro en ik, Het grote uitstel, Hoe kunst de wereld maakt, en, thanks to Dicky: Mogelijkheid van een eiland, Een stervend dier en Maanpaleis). Ik heb ontzettend veel mensen ontmoet en een klein aantal nieuwe vrienden gemaakt. Het weeshuis heeft nu officieel een voetbalploeg, Great Stars fc. Daarnaast heeft het weeshuis nu een betere financiele structuur – of beter gezegd, een financiele structuur –  onder andere dankzij het uitwerken van een constante geldelijke instroom door middel van een planoudersysteem (begonnen door Kevin en Adinda). Ondertussen heb ik een tiental grote en kleine bouwprojecten begeleid, aan meegewerkt en\of gefinancierd met mijn geld en het geld dat mijn familie, vrienden van de familie en een vrijwilligster met rijke vrienden hebben geschonken. Zo hebben de kleintjes nieuwe bedden en hoeven ze niet meer op de grond te slapen, werden de bedden van de oudere weeskinderen hersteld en hangen er nu in elke slaapzaal een waaier en een spaarlamp. De skyline van het weeshuis wordt gedomineerd door een indrukwekkende polytank met proper, drinkbaar water en de waterput in het weeshuis is nu volledig afgewerkt en gebruiksklaar. Twee klaslokalen hebben een dak.We hebben een moestuintje aangelegd net tegenover het weeshuis en we hebben zelfs een stuk land in bruikleen gekregen, net buiten Kasoa, waar nu mais geteeld wordt. In elke ruimte in het weeshuis beschikken ze nu over elektrisch licht en stopcontacten. De allerkleinsten beschikken nu ook over een eigen toiletruimte. Hun dagen verlopen nu meer gestructureerd dankzij het dagschema dat ik heb opgesteld en in grote letters op een muur in de binnenplaats heb geschilderd. Er staan nieuwe multiplex kasten in elke slaapzaal en de vrijwilligersvertrekken zijn volledig af, met onder andere een zelf ontworpen douche, kasten, werkmateriaal, enzovoort. De wc is  verbonden met een hagelnieuwe beerput, dus vrijwilligers hoeven zich zeker niet in te houden. De online communicatie nemen ze nu voor eigen rekening, er bestaan mappen met procedures die een volledig online systeem onderbouwen en een aantal negatieve elementen in het personeelsbestand werden weggewerkt. Ik heb met andere woorden niet stilgezeten.

DSC05933


De grootste uitdaging was ongetwijfeld het lesgeven, een activiteit waar ik me in de eerste helft van mijn verblijf op heb geconcentreerd. Wat betreft de beginsituaties tastte ik volledig in het duister. De opgelegde leerinhouden lagen me vaak niet en de andere manier van lesgeven kon bij sommige leerlingen niet altijd op bijval rekenen. Zo worden ze in de praktijk nooit aangemoedigd om kritisch na te denken of om meer uitleg te vragen. Af en toe kon ik wel een spannende discussie op gang brengen, maar ik moest echt het onderste uit de kan halen om hen ´uit hun kot te lokken`. Het onderwijsniveau is bedroevend laag en het chronisch gebrek aan lesmateriaal maakt het er zeker niet gemakkelijker op. De Ghanese leerkrachten zijn uitgeblust en werken in vergelijking met andere beroepstakken voor een hongerloon. De leerinhouden zijn zo afgestemd op Afrika, de verheerlijking van Ghana en de bijbel, dat het niet verwonderlijk is dat heel wat kinderen en volwassenen moeite hebben om op een kaart Europa of de Verenigde Staten te vinden. Ik ben speciaal naar de hoofdstad moeten gaan om een simpele wereldkaart en een globe te vinden. Die werden dan meestal nog eens `s avonds bovengehaald, in de tuin van het vrijwilligershuis, wanneer de gedachte aan school veraf was en ze dus volop vragen durfden stellen. Met behulp van een zaklamp, een kaart en een wereldbol heb ik hier schitterende geimproviseerde aardrijkskundelessen gegeven.

De extra inkomsten van het foster parent systeem, de hele financiele herorganisatie, zullen Auntie Rose toelaten om meer en beter personeel aan te werven en de schoolinfrastructuur gevoelig te verbeteren. Persoonlijk lijkt het me beter voor haar om het schooltje op te geven en zich volledig te concentreren op het weeshuis. Ik heb het haar voorgesteld, maar ze begint telkens te wenen wanneer ik erover begin. Ik heb haar een paar keer zien wenen, meestal geflankeerd door wenende kinderen. De mens, voor ellende geboren, zo lijkt het soms toch. Maar daar wil ik het hier nu ook niet over hebben. Ik heb de optelsom gemaakt en het bleek toch goedkoper om een eigen school open te houden, dat bleek ook na het onderhandelen met directeurs van scholen in de buurt (drie kinderen inschrijven,  bijvoorbeeld, de vierde gratis). Goedkoper. Of het beter is, daar heb ik mijn twijfels over. Er zijn heel wat degelijke scholen in de buurt die de kinderen meer kunnen bieden. Daar komt ongetwijfeld verandering in wanneer ze zich betere leerkrachten kunnen veroorloven en een betere leeromgeving creeeren, met genoeg schoolboeken voor iedereen en klaslokalen met deuren, bijvoorbeeld.  

Drie maanden samenvatten, het is bijna onmogelijk. Wie de blog wat heeft gevolgd, die heeft min of meer een idee van hoe ik het hier heb ervaren. Maar er zijn nog zo veel dingen die ik er niet in heb opgenomen: de sessie in de recording studio met Aguiar, bijvoorbeeld, een rastafari wiens oprecht enthousiasme zijn valse stem doet verbleken, die keer dat een vrouw de wachtzaal in het ziekenhuis onderspoot met haar borstmelk, de African Big Momma die aan het bevallen was toen ik haar, toevallig zelf verkleed als een African Big Momma, een helpende hand bood, vleermuizen in de slaapkamer, de nachtmerries ten gevolge van de Lariam, de eenzaamheid, de vreemdsoortige bevrijding wanneer je niet meer over elektriciteit beschikt, de bus die door een kudde koeien reed, … Ik vertel het je allemaal wel eens wanneer ik je zie. Wat onomstotelijk vaststaat, is dat het me altijd zal bijblijven.

CIMG2278


Grote conclusies over Afrika? Naar het schijnt zullen mensen me vooral daarnaar vragen, waarschijnlijk in de hoop om hun eigen meningen bevestigd te zien. Ik schrijf het hier zodat ik het geen duizend keer opnieuw moet uitleggen. Laat ik de koe maar meteen bij de horens vatten. Ik ben bang om te veralgemenen. Ik heb een hekel aan ´grote conclusies´. Ik wil dan ook geen uitspraken doen over ´de Afrikaan´. Je kan culturen niet vergelijken om dan te zeggen dat de ene beter is dan de andere. Maar je kan ze wel vergelijken en ik kan je wel vertellen hoe ik het heb ervaren.

Dat het anders reizen  is dan Europa, dat spreekt voor zich. Beauty is in the eyes of the beholder, dat geldt voor heel wat zaken, maar het klopt vooral voor Afrika. Ik ben naar hier gekomen om me onder te dompelen in een wereld die ik niet kende, maar niet als een reggae-\highlife-fan die zijn haar aaneen laat klitten tot polsdikke drendels (alsof ik dat nog zou kunnen, met mijn steeds golvendere haarlijn).  Ik ben en ik blijf altijd een Europeaan, of beter, een Europeeer. Ik heb Afrika dan ook altijd bewust vanuit dat standpunt blijven ervaren. Dat betekent niet dat ik af en toe vanuit mijn beschermde ivoren toren daguitstapjes maakte, ik heb hier werkelijk geleefd, ik at wat zij aten, ik luisterde naar hun muziek, luisterde naar hun meningen en wereldvisies en ik heb bijgeleerd, heel veel.  Ik kwam ook niet in de veronderstelling dat alles hier veel slechter of beter is. Het klinkt nogal afstandelijk, maar ik wou vooral weten of ik mijn draai kon vinden in een land onder de kreeftskeerkring. Ja, dus. Maar veel langer hoeft het voor mij niet te duren. Drie maanden is genoeg, zeker wanneer je het alleen doet. Geen mens kan over zichzelf heen kijken. Met Katrien of een van mijn beste vrienden erbij had ik het hier waarschijnlijk veel langer kunnen uithouden. Voor het eerst heb ik echt last gehad van heimwee, niet zozeer naar een plaats, maar vooral naar de mensen waar ik van hou. Niet dat die me allemaal zo vaak nieuws van me vernomen hebben (vooral via via en via de blog), ik heb betrekkelijk weinig van me laten horen. Ik hoop dan ook dat niemand me dat kwalijk neemt. Het deed me goed om even wat afstand te houden, maar ook daar wil ik het hier niet over hebben.

Veel gelijkenissen vind je niet. Belgie en Ghana hebben weinig gemeenschappelijk. Het meest opvallende is de gedeelde hekel aan - en het ongeloof in de capaciteiten van - hun politieke leiders. Afrika, of beter, West-Afrika,  slaagt er volgens de meeste Afrikanen waarmee ik erover heb gesproken, niet in om zich ten volle te ontwikkelen. De denkfout die ze volgens mij maken, is dat ze, net zoals de meeste westerlingen, veronderstellen dat het om een ontwikkeling gaat in de zin van een weg die moet worden afgelegd, vooruit, en met het waas van ´word zoals zij´ voor ogen. Er is hier zeker sprake van een collectief minderwaardigheidsgevoel ten opzichte van de rest van de wereld. Ik jaag nu waarschijnlijk een aantal mensen op stang, maar het moet gezegd worden. Ik heb hier in kerken horen verkondigen dat het zo goed gaat met de blanken, omdat die veel vaker de bijbel lezen. Tja. Ze geven zichzelf ook de schuld van de slavenhandel. Volgens heel wat mensen hier waren de blanken onschuldig en maakten ze gewoon gebruik van een handel die al veel eerder door de Afrikanen werd opgezet en door hen in stand werd gehouden. Daar zit een historische waarheid achter, maar ik schrok ervan hoe snel ze de blanken hier verdedigen, met een waarachtigheid die weinig blanken zichzelf zouden toelaten wanneer ze met die historische schuld zouden worden geconfronteerd.

Veel gesprekspartners gaven zelf te kennen dat ze een hekel hebben aan ´de Afrikaanse mentaliteit´, de dubbele moraal. Ik werd verschillende keren gewaarschuwd dat ik niemand, zeker mannen, mocht vertrouwen. Dat leek me nogal stug, gezien de hoge morele normen die ze hier beweren te hanteren en het hechte sociale netwerk dat ze onderhouden, maar dat ze hier werken met twee maten en twee gewichten, dat valt niet te ontkennen (niet dat westerlingen het zoveel beter doen, hoor). Op zondagochtend kan een man hier gerust onzin staan psalmodieren in een van de duizenden, tienduizenden kerken die Ghana rijk is, om dan diezelfde zondag naar een club te gaan om daar een leuke hoer uit te zoeken. Ghana, disneyland voor christenen, maar toch niet te beroerd om mentaal gehandicapten naakt of halfnaakt in de berm te laten leven of het recht in eigen handen te nemen en vermeende criminelen zelf in elkaar te slaan om ze daarna naar de politie te brengen waar ze nog eens in elkaar worden gemept. Ontzettend vroom, maar niet te beroerd om smeergeld te eisen en kinderen van school de straat op te sturen omdat ze hun schoolgeld niet kunnen betalen. Zwaaien met de tien geboden, maar een rechtsysteem onderhouden dat niet bedoeld is om recht te doen zegevieren, maar om orde te bewaren, meestal de kant kiezend van diegene die het grootste bedrag op tafel kan leggen. Moraliserend tot op het bot, maar verbaasd, soms zelfs kwaad, wanneer ik ze zeg dat ik mijn vriendin niet wil bedriegen. Als je iets doet, doe het dan verdorie goed. Ik heb meer respect voor een goede christen dan voor een halfslachtige atheist.

De grote rol die het christendom hier speelt, is trouwens een schoolvoorbeeld van hoe godsdiensten kunnen bloeien wanneer ze een verbond vormen met een aardse macht. Ze hebben elkaar nodig, ze versterken elkaar en het lijkt er niet op dat de secularisatie hier snel zal toeslaan, integendeel. Machiavelli zou de Afrikaanse leiders complementeren met hun prestatie om de bevolking te inpireren en te intimideren om zo de officiele orde te kunnen bewaren. Het christendom past zich aan, met name de zeer vrije vorm van protestantisme die hier heerst, met zijn arbeidsethiek en stilzwijgende aansporing tot materialisme, is een uitstekend middel om een hele maatschappij tot het moderne kapitalisme in te wijden. Deze maatschappij is gods-dienst-gek. Wanneer ik ze zeg dat ik me meer laat leiden door universele waarden, dan kijken ze me meewarig aan. Niet in een god geloven, dat kunnen de meeste mensen zich hier niet inbeelden. Ik heb menig maal de opgestoken wijsvinger getrotseerd.

Individuen die beweren in verbinding te staan met een heilige macht worden hetzij ingelijfd, of lijven zichzelf in, als pastoors, of worden ´veroordeeld´ als tovenaars en heksen, alhoewel ze dan toch vaak genoeg officieus  worden ingelijfd door zogenaamde christenen om ze voor een heel scala van onheil te behoeden. Het onderscheid tussen die twee groepen is heel vaag en eigenlijk weet ik er te weinig over om er een volledig onderbouwde mening op na te houden. Ik hou me liever afzijdig van dat esoterisch gedoe. Daar wil ik het hier dus niet over hebben. Kort: ik ben geen fan van het christendom. Ik ben namelijk zelf protestants opgevoed. Het intrigeert me, ik lees er graag over, maar ik ben absoluut geen fan. Ik wist op voorhand dat de naam van het weeshuis verwijst naar Christus, maar daar kunnen die kindjes niets aan doen, dacht ik toen, het is hun schuld niet. Christenen hier zijn luid en arrogant. Ik zou vechten voor hun recht om te mogen geloven wat ze willen - ik wil immers ook kunnen `geloven` wat ik wil - maar het is moeilijk om verdraagzaam te zijn wanneer ze hele nachten in hun micro’s staan te brullen en me om de haverklap trachten te bekeren. Geef mij dan maar moslims, die zijn veel rustiger, hier toch. De adhaan in zijn minaret lijkt me om vier uur ´s ochtends ´n veel sympathiekere kerel dan de krijsende pastoor die op een doordeweekse zondagmiddag zijn kudde wauwelende schapen in de zoveelste groepshypnose brengt. De nachtelijke exorcismes, de constante ´God bless you´-s, de miljoenen verwijzingen naar Jezus en zijn posse, ik krijg er letterlijk het schijt van. De diarree heeft me opengereten.

Ik merk dat ik de zin om politiek correct te zijn een klein beetje heb verloren. Ik voel me dan ook niet te beroerd om te zeggen dat je wel blind moet zijn om niet te zien dat Afrikanen, en vooral de Afrikaanse leiders, de problemen waarmee ze kampen het hoofd zouden kunnen bieden door meer, beter en efficienter met elkaar samen te werken. Ik val geen enkel individu aan, je kan nooit hele bevolkingsgroepen over dezelfde kam scheren, maar het lijkt er toch wel heel sterk op dat ze collectief hebben opgegeven. Er wordt geklaagd, maar er wordt nauwelijks geprotesteerd. Belazerd door de bazen, hun macht verloren aan de corrupte overheidsinstellingen, een schijnbaar uitzichtloze situatie. Als individu heb je hier bijna geen andere keuze dan het systeem te voeden. Ze leggen er zich bij neer, proberen te overleven, leven van dag tot dag in het volle besef dat het waarschijnlijk nooit zal beteren. Zo is het inderdaad moeilijk om vooruit te denken in termen van jaren, om gerichte toekomsplannen te maken.

David Allen heeft ooit gezegd dat wanneer je twee mensen de verantwoordelijkheid geeft over hetzelfde, er uiteindelijk niemand verantwoordelijk is. Dat ze hier eerder de groep boven het individu plaatsen, dat staat vast. Maar ondanks het feit dat ze sterk de nadruk leggen op het groepsgebeuren, op de natie, vertrouwen ze hun medeburgers voor geen haar. Wanneer iets misloopt, is het dan ook nooit hun eigen schuld, maar altijd die van de andere Afrikaan. Ik geef eerlijk toe dat ik er geen snars van snap. Ik geef trouwens de voorkeur aan het individualisme, maar wie ben ik om te oordelen wat beter of slechter is?  

Een Keniase filosoof zei ooit dat wanneer een Afrikaan onder een boom zit, geen tijd aan het verspillen is, maar tijd aan het produceren is. Ik kan dat snappen, denk ik. Het levenstempo lijkt hier inderdaad veel lager en de mensen lopen niet constant gestresst rond zoals bij ons. Probeer hier maar eens trouwens het begrip depressie uit te leggen. Het was leuk om af en toe eens ongeneerd een paar uren echt niets te  doen. Daar blijft het bij. Ik weet dat ik de wereld door mijn westerse bril bekijk, maar de tijd-verspillen\tijd-produceren- analogie is onzin, vind ik. Op een vrije dag, op vakantie of op een snipperavond eens zalig nietsdoen, dat is zalig, dat valt niet te ontkennen, maar als (niet wanneer, maar als) de tijdsinvulling van een hele natie, een heel continent, daarop gebaseerd is, dan zit je in deze wereld vol concurrerende economieen met een probleem. Ik zeg niet dat Afrikanen lui zijn. Dat zou even belachelijk zijn als zeggen dat alle Walen lui zijn. Veel mensen werken hier heel hard, vaak zelfs veel harder, of beter gezegd, onder veel moeilijkere omstandigheden dan bij ons, maar ze geven zelf grif toe dat er op deontologisch vlak nog veel kan worden verbeterd. De rigoureuze bureacratie kent hier bijvoorbeeld haar weerga niet. Er wordt niet gestreefd, of toch weinig, naar efficient werken. Tradities, vastgeroeste gewoonten, die zaken bepalen hoe er gewerkt wordt en hoe er in de toekomst gewerkt zal worden, het is cultureel bepaald. Ze hebben de industriele revolutie dan ook op een heel andere manier meegemaakt dan wij. Heel onze geschiedenis is anders. De renaissance hebben ze hier bijvoorbeeld nooit gekend, terwijl die bij ons al aan haar einde toe is. Het is normaal dat ze anders leven dan wij, alleen maar al het klimaat in aanmerking genomen! Zonder af en toe een middagdutje had ik het hier ook niet overleefd.

Het is zeker geen zwartwitverhaal. Ik kan het hier alleen maar hebben over hoe ik het heb ervaren. Kort: zij doen het niet beter dan wij, wij doen het niet beter dan hen, we doen het gewoon anders. Dat wil ik tenminste graag geloven. Er is dan toch nog wat politieke correctheid overgebleven. Als ik echter eerlijk wil blijven, dan vind ik dat wij het op heel wat vlakken toch ´beter´doen. Ons efficient, jachtig leven maakt ons echter zeker niet gelukkiger dan hen, integendeel. We kunnen op heel wat vlakken van de Afrikaanse cultuur leren. Van heel simpele, praktische zaken zoals het feit dat dingen op je hoofd dragen helemaal zo gek nog niet is, of water uit plastic zakjes, of de orde in de chaos van het openbaar vervoer - een zelfregulerend systeem van trotro’s die op en af rijden, zodat je op elk moment van de dag bijna onmiddellijk een busje in de juiste richting kan nemen, een systeem dat alleen werkt in gebieden met een uitgesproken lintbebouwing, maar mits enige aanpassingen ook in de meer verstedelijkte gebieden in Europa zou werken – tot meer diepzinnige onderwerpen, zoals het respect voor ouderen dat in schril contrast staat met de pisserige bejaardentehuizen waar veel van onze gepensioneerden in terechtkomen – laat staan de eenzaamheid waarmee bejaarden geconfronteerd worden in een maatschappij waarin ze schijnbaar niet meer meetellen. Het leven staat hier dan ook meer in het teken van de herinnering dan van de toekomst. We kunnen zeker leren van Afrika. We kunnen ons bijvoorbeeld laten inspireren door hun kijk op de waarde van (vrije) tijd, van hoe kinderen er niet overbeschermd worden opgevoed en gerust buiten mogen spelen, tot de DIY-attitude die er heerst. Hier worden mensen geacht hun plan te trekken en zelf de handen uit de mouwen te steken in plaats van anderen te betalen om het voor hen te laten doen. Daar hou ik wel van. Ik hou, ondanks het feit dat ik heel goed besef dat ik waarschijnlijk meteen zal hervallen, ook van avonden zonder televisie en internet, soms zelfs van avonden zonder elektriciteit. Ik hou van een zee van tijd om boeken te lezen en te herlezen. En ik hou van het Engels dat ze hier spreken: de hoofdtelwoorden die te pas en te onpas na zelfstandige naamwoorden worden geplaatst, het assimilatiesysteem dat ik maar niet onder de knie krijg, de modale klik- en keelklanken waarmee ze hun meningen versterken, de hele taalcultuur. Verschillende talen, verschillende wereldbeschouwingen. De kruisbestuivingen tussen de plaatselijke talen en het koloniale Engels dat ze hier hebben geerfd, zijn soms zo mooi dat je de woorden kan proeven tussen tong en verhemelte. Dat het afwijkt van het Engels dat wij geacht werden te leren, the Queen`s English, dat staat onomstotelijk vast, maar het is zeker geen verarming van de Engelse taal. Het is een andere taal, een onafgebakend stukje in het taalcontinuum dat nog weinig gemeenschappelijk heeft met de zogenaamde standaardtaal. Ik ken ondertussen ook al een aardig mondje Twi. Het beperkt zich tot wat standaardzinnetjes en plaatselijke uitdrukkingen, maar die kleine taaluitingen worden hier heel hard geapprecieerd. Een blanke die wat van de plaatselijke taal kent, dat vinden ze hier super! Ze vinden het grappig. Je kan het waarschijnlijk vergelijken met die sketch van Rutten Achtenehentih die wij allemaal zo fantastisch vinden.

Tientallen mensen hebben me gevraagd om ze een uitnodiging te sturen om naar Belgie te komen. In Europa, of in de Verenigde Staten, daar zullen ze het maken, daar kan je geld verdienen, daar is alles beter en makkelijker. Je kan het hen niet kwalijk nemen, West-Afrika is op heel wat vlakken nu niet meteen de hemel op aarde, onder andere op culinair vlak, toch wat de dagdagelijkse voeding betreft, maar daar wil ik het hier nu ook niet over hebben (al wil ik er wel aan toevoegen dat het vlees van een zelfgeslacht dier zelfs de sappigste kant-en-klare biefstukken doet verbleken). Het zijn gevangenen in hun eigen land. Ze mogen nergens heen, met een beetje geluk naar de buurlanden, maar Europa, of Amerika, bijna onbereikbaar, en als je er geraakt, Utopia! Melk en honing, overal waar je kijkt, je likt het er van de muren! Sommige Afrikanen lijken zelfs te geloven dat het spijsverteringskanaal van een blanke eindigt in een orgaan dat cash produceert. Ik kan begrijpen dat ze een vertekend beeld hebben – de westerlingen die tot hier komen, zijn de westerlingen die het zich kunnen veroorloven om tot hier te komen – en ik had me er mentaal op voorbereid dat hier heel wat mensen uit waren op mijn geld. Ik wist het op voorhand, ik mag dus eigenlijk niet klagen. Niets kon me echter voorbereiden op de dagdagelijkse stroom van schooiers die me ongegeneerd om alles vroegen waar ze op dat moment zin in hadden. "Gimme a coke." "Gimme five cedis so I can chop some fufu." "Gimme a cigaret" (ben ondertussen weer voor de zoveelste keer gestopt, maar daar wil ik het hier nu niet over hebben). Gimme this, gimme that. Zonder please, of zonder enige poging om ook maar enige empathie op te wekken. Kinderen, volwassenen, bekenden en onbekenden. Soms had ik gewoon geen zin meer om de straat op te gaan. Ik heb ooit ergens gelezen dat mensen de vernedering van het geholpen worden soms mensonterender vinden dan de armoede, maar dat is een stadium dat ze hier dus collectief hebben overgeslagen. Er is geen schaamte wanneer je een blanke zomaar om iets vraagt. Het is zelfs vanzelfsprekend geworden. Wij schijten blijkbaar toch geld. Ik had me voorgenomen om alleen aan het weeshuis en de kinderen in het weeshuis te geven. Dat heb ik ook gedaan. Je moet ergens een keuze maken, anders ben je meteen alles kwijt. Ik heb van mijn hart een steen gemaakt. Dat ging opvallend gemakkelijk, moet ik toegeven. Na een tijdje geraakte ik het echter zo beu om constant mensen te moeten afwijzen dat ik een tikkeltje vijandigheid in mijn eigen gedrag kon bespeuren. "Ubruni, gimme a coke." "No, YOU give ME a coke!" "Hey white man! Gimme ten Ghana cedi!" "Kiss my ass!" Dat laatste is trouwens maar een keer gebeurd, op een echte baaldag. Meestal, bijna altijd eigenlijk, kostte het me geen moeite om tegen iedereen vriendelijk te zijn, maar op sommige dagen werd het me gewoon te veel. Bijvoorbeeld toen ik zo stom was geweest om geld te lenen aan een kerel die ik eigenlijk niet zo goed kende, maar me toch eerlijk voorkwam. Ik had niet van mijn regel mogen afwijken. Ik heb hemel en aarde moeten bewegen om het terug te krijgen.

Ik weet dat ik hier een gast ben, dat ik geacht word me te gedragen, net zoals immigranten bij ons geacht worden zich `te gedragen`, maar je geraakt het zo snel beu om constant bakken aandacht over je heen te krijgen omwille van je huidskleur dat je die leefregel plots spontaan achter je kan laten (alhoewel dat niet zo vaak gebeurde, hoor, heel zelden zelfs). Ik heb geproefd van wat immigranten elke dag expliciet of impliciet, verborgen of openlijk meemaken. Het smaakt bitter. Terwijl de meeste mensen, hoop ik toch, in Europa naar kleurenblindheid streven, zetten ze dat hier extra in de verf. Kan je je inbeelden dat een Afrikaan in Belgie constant, en ik bedoel dan ook echt constant, "Hey zwarte!" wordt toegebruld? En dat die dan nog eens geacht wordt om constant beleefd terug te lachen? Mijn andere roepnaam hier, trouwens, is Jezus. Nu lijk ik inderdaad wel een beetje op het beeld dat mensen van die kerel hebben, maar iedere blanke man met een baard en lang haar komt hier waarschijnlijk in aanmerking om zo te worden aangesproken. Ik kon het niet laten om af en toe gewoon vroom terug te lachen.Ik vond het best wel grappig.

Ik praat nog steeds zo vaak mogelijk met zoveel mogelijk mensen, ik ontmoet graag mensen, maar vanaf ik merk dat ik aangesproken word omdat ze enkel en alleen iets van me willen, dan laat ik ze min of meer gewoon links liggen, meestal beleefd, expliciet of impliciet, verborgen of openlijk. Op sommige dagen kan je er gewoon de energie niet meer voor opbrengen. Wanneer mensen me voor de zoveelste keer met ubruni aanspreken, terwijl ik ze hen al meerdere keren mijn naam heb meegedeeld, dan reageer ik er ook liever niet meer op. Dat eliminatieproces klinkt misschien asociaal, maar het heeft me wel degelijk nieuwe vrienden opgeleverd, gasten die niets van me verwachten, maar het gewoon leuk vinden om me in de buurt te hebben.

Ik heb het dan toch misschien wat onderschat. Misschien gedij ik dan toch niet zo goed in andere culturen als ik zou willen. Ik heb me aangepast in de zin dat ik mijn eigen veilige, Ghanese microkosmos heb gevonden, een veilig eilandje in een vreemde cultuur, namelijk het weeshuis en de onmiddellijke omgeving van het weeshuis. Ja, ik heb ook een klein beetje gereisd binnen Ghana, ben zelfs tot op de grens met Burkina Faso gegaan, het was fantastisch, maar of ik het echte Afrika ervaren heb, zoals Afrikanen die ervaren? Ik weet het niet. Ik denk het niet. Afrika is heel hard voor Afrikanen en hoewel ik moet toegeven dat het soms moeilijk was, moet ik bekennen dat ik hier niet ´echt´ heb afgezien. Ik heb namelijk geld genoeg, of eerder, had. Als ik een boekhouder had, dan zou ik ´m op mijn aankomst in Belgie ter plekke moeten reanimeren. Ik heb er geen idee van in welke toestand mijn bankrekening zich nu bevindt. Niet dat het leven hier zo duur is, ik zou zeker kunnen hebben toekomen met minder dan drie euro per dag, voor mezelf. Voor mezelf. Ik had het veel goedkoper kunnen doen, maar dan gingen de kinderen van het weeshuis zich ook minder geamuseerd hebben. Geld maakt niet gelukkig (een adagium van diegenen die het hebben), maar wat ik met mijn geld gedaan heb (en dat van anderen), dat heeft die kinderen toch wat gelukkiger gemaakt. En ik heb nu ook niet omzeggens ultrasober geleefd. Het was niet buitensporig, ik heb hier normaal uitgegeven, een beetje zoals ik in Belgie leef. Elke week ging ik gemiddeld een keer uit en het meeste geld ging naar noodzakelijkheden voor het weeshuis en de kinderen (en cola, ik hou van cola).  Na twee maanden werkte mijn Visakaart niet meer, om een of andere reden. Het is me niet gelukt om een gedetailleerd budget bij te houden, ondanks het feit dat Adinda me dat had gevraagd, iets wat als leidraad kon dienen voor toekomstige vrijwilligers. Ik kan het echter kort samenvatten: indien nodig kan je hier met een paar euro’s per dag rondkomen zonder honger of dorst te lijden. Je merkt echter snel dat je al het mogelijke wil doen om voor die kinderen te zorgen en dat betekent dat je wat dieper in je buidel tast, spontaan. Gelukkig had ik mijn Mastercard nog en heb ik het in de laatste maand gewoon heel kalmpjes aan gedaan. Zelfs als ik diep in het rood sta, ik heb er geen spijt van. Geld kan je altijd opnieuw verdienen en ik ben nu niet meteen van plan om op mijn luie kont te zitten. Ik kan hier vertrekken met een goed gevoel. Ik heb iets goeds gedaan met mijn geld, voor mezelf en voor anderen. Plus, ik ben, naast in azerty, nu ook vloeiend in qwerty en qwertz. Dat is mooi meegenomen.

P1020468_2


Vanaf je je begint op te winden, dan ben je verloren. Ik heb me een aantal keren flink opgewonden, wanneer het weer eens tergend traag ging, wanneer niets leek te marcheren zoals wij het gewend zijn, wanneer de combinatie van diarree, heimwee en sensorische deprivatie op culinair vlak me tot wanhoop dreven (al wil ik er wel aan toevoegen dat Vivian, de dochter van Auntie Rose, voortreffelijke tomatensoep maakt). Ik ben westers, ik ben een Vlaming, een Belg en een Europeeer. Ik ben geen Afrikaan en ik maak me ook de illusie niet dat ik snap wat het betekent om Afrikaan te zijn. Ik heb hier, zoals gezegd, heel veel mooie momenten meegemaakt, maar als ik om een of andere reden gedwongen zou zijn om de rest van mijn leven hier te spenderen, dan zou ik me immens ongelukkig voelen. Ik kan die gangsta-hiphopcultuur die hier zulke hoge toppen scheert bijvoorbeeld niet serieus nemen – ik heb 50 Cent en Snoop Dogg altijd al vooral grappig gevonden, geniaal in de eenvoud van hun lyrics, begeesters van vette beats, leuk, maar daar blijft het ook bij. De fascinatie voor Celine Dion snap ik al helemaal niet. Ik snap niet wat de mensen hier bezielt om zich godganse dagen met God en andere kwade geesten bezig te houden en ik kan niet elke dag vrijwillig rijst eten. De Afrikaanse film ligt me echt niet. De stroomstoringen en de constante chaos, ik kwam er soms gek van. Mijn cultuur is mijn thuis en hoe meer ik reis, hoe meer ik dat besef. Niet dat ik me uitsluitend wil wentelen in mijn cultuur - ik wil de rest van mijn leven blijven ontdekken, blijven reizen - maar ik ben altijd blij om terug te keren naar Belgie. Als ik niet bereid was geweest om me me open te stellen en mezelf de mogelijkheid te laten om ook minder leuke dingen mee te maken, dan was ik beter thuisgebleven. Dat zou heel jammer geweest zijn, want de minder leuke kanten van Afrika wegen niet op tegen al de ontzettend intense momenten die je hier beleeft. Het zit ´m in de veelheid van de kleine dingen, ook de heel kleine dingen, bijvoorbeeld de jingles op de radio, de glimlach waarmee je steevast wordt begroet, de kans om een eerste pull my finger te plegen op een groep kinderen (ze kwamen niet meer bij), de reclameslogans en -spotjes, de kirrende geluiden van ´n kind dat gewoon even een knuffel wil, vuurvliegjes in pikzwarte nachten, ...

Het was dus niet altijd even makkelijk, gelukkig! Het voordeel van werken voor Sre Kind is dat er geen, of toch nauwelijks, richtlijnen zijn. ´Doe goed´, daar komt het eigenlijk op neer. Doe wat je goed acht. Dat maakt het eigenlijk moeilijker, je moet immers zelf structuur geven aan je dagen, maar dat maakt het ook uitdagender, je leert er meer uit. Ik gedij in die onzekerheid, onvervalste trial-and-error. Dat is avontuur, hoe bescheiden het ook mag klinken. Ik nodig iedereen uit om het ook eens te proberen. Dit is echt een leuk project voor mensen die eens vrijwilligerswerk willen doen en de kinderlachjes, geloof me, ze zijn de moeite waard. Deze kinderen, oprecht enthousiast, met nauwelijks voorgeprogrammeerde fantasieen, spontaan en altijd bereid om een ander te helpen. Zo worden ze hier ook opgevoed: zorg voor elkaar. Ondanks de ontberingen hoor je ze zelden klagen en ze zijn allesbehalve lui, ze zitten vol energie. Ik ben ontzettend blij dat ik ze heb leren kennen.

DSC06127_2


Het moeilijkste was dat ik niemand had om het mee te delen. Ik had me zo´n twee jaar geleden voorgenomen om nooit meer alleen op reis te gaan, maar het lot heeft dus anders beslist. Het cliche luidt dat gedeelde vreugde dubbele vreugde is. Zoals in de meeste cliches schuilt daar wat waarheid in. Ik heb me heel eenzaam gevoeld en in de weekends ging ik sinds mijn tweede maand niet meer naar de tropische stranden met gezellige bars, omdat ik gewoonweg niemand had waarmee ik zulke gelukzalige momenten echt kon delen. Dan bleef ik nog liever in Kasoa, met mijn boeken, de weeskinderen en wat vrienden.

Ben ik harder geworden? Ik weet het niet, ik denk het niet. Ik zal waarschijnlijk altijd `n `softie` blijven, maar ik heb hier wel geleerd om wanneer het nodig is, van mijn hart een steen te maken. Ik ben ook niet van plan om me de rest van mijn leven schuldig te voelen omdat we het in Belgie op heel wat vlakken beter hebben. Ik hou van die kinderen, en ik vind het jammer dat hun leven zo veel harder is dan dat van ons, dat ze minder kansen hebben, maar dat doet niet af aan het feit dat ik de hedonist in mezelf niet aan banden zal leggen. Misschien een ietsje meer beteugelen, maar zeker niet aan banden leggen. Er zullen altijd plaatsen zijn op aarde waar mensen lijden, daar kan ik in mijn eentje niets aan veranderen. Wat ik hier gedaan heb, is gewoon de zoveelste druppel op een hete plaat, maar die druppels worden hier echt wel geapprecieerd. Ik ga mijn leven niet wijden aan ontwikkelingssamenwerking, maar, ik zeg het nog eens, ik ben blij dat ik dit heb kunnen doen.

Heb ik een visie op `Afrika`? Nee, ik heb er meerdere. Het is gewoonweg te veel om er een enkele mening over te hebben. Het is te complex om er simpelweg positief of negatief tegenover te staan. Ik zou graag willen zeggen dat ik het iedereen zou aanraden, maar ik weet nu al dat heel wat mensen het helemaal niet zo tof zouden vinden om hier een lange periode te blijven, het op een nog heel andere manier zouden ervaren. Je hoeft niet van Afrika te houden. Ik denk dat het heel normaal is dat heel wat westerlingen hier niet kunnen gedijen. Aan de insekten geraak je uiteindelijk wel gewend, maar als dat de reden is waarom je er niet heen wilt, dan blijf je inderdaad beter thuis. Afrika beklijft, maar het hangt af van je eigen geestesgesteldheid. ´n Viezekloot, die ergert zich hier constant. Trutjes zijn hier voortdurend bang. Sletjes, die amuseren zich hier te pletter. Idealisten, die zien hier overal mogelijkheden om te helpen. Depressievelingen worden hier waarschijnlijk alleen maar depressiever. Pessimisten, die roeien hier constant tegen de stroom op en optimisten, die ontdekken hier overal geluk. Het is bijna onmogelijk om de ervaring van Afrika uit te leggen aan iemand die er nog niet is geweest, zeker in een simpele blogtekst, en iedereen ervaart het anders, daar ben ik zeker van.

Contrast, dat is waarschijnlijk het sleutelwoord om deze cultuur te omschrijven. De weeskinderen, zo sterk en tegelijk zo zwak, de Jezusgekte tegenover de traditionele godsdiensten, de opdringerige hoeren versus de vrome vrouwen, de ongerepte savanne versus de vuile steden. Afrika is Afrika en zal waarschijnlijk altijd Afrika blijven. Waarschijnlijk de stomste zin die ik ooit heb geschreven, maar het verwoordt precies wat ik bedoel. Ze gaan hun eigen richting uit, en terecht, maar ze hebben er volgens mij zelf geen idee van waar ze terecht zullen komen. "This is Africa", zei Leonardo di Caprio in Blood Diamond. Daar komt het op neer. Het lijkt er niet op dat daar binnenkort verandering in komt. Om deze paragraaf te eindigen met een vreselijk cliche, wij hebben het zo goed in Belgie! Ondanks die crisis! Welvaart is allesbehalve vanzelfsprekend. Iedereen heeft problemen en het is belangrijk om niemands problemen te minimaliseren, maar we kunnen op z`n minst een poging wagen om alles wat te relativeren en die klaagcultuur, ook al is het maar een klein beetje, in te dijken. Optimisme is een plicht, zei Popper, en daar wil ik me alvast graag aan houden.

Over optimisme gesproken, wat Afrika nodig heeft, vind ik, is een Afrikaanse versie van Barack Obama, iemand die een gemeenschappelijke visie kan verwoorden en mensen kan motiveren, iemand die de Afrikanen van hun collectief minderwaardigheidscomplex kan afhelpen. Je hoeft niet akkoord te gaan met me. Dat is wat ik heb kunnen afleiden uit al de gesprekken die ik hier gevoerd heb. Ik weet helemaal niet zo veel over de Afrikaanse Unie, over de ontwikkelingsproblematieken en over de gevolgen van de schommelingen van de wereldeconomie op de gemiddelde Afrikaan. Eerlijk gezegd boeien die zaken me ook niet zo mateloos dat ik me er spontaan in wil verdiepen. Er zijn ongetwijfeld veel mensen met meer verstand van zaken die een mooiere, meer genuanceerde visie op Afrika hebben en ik nodig ze uit om mijn meningen te weerleggen, mijn meningen te duiden of me op andere zaken te wijzen. Misschien heb ik wel een vertekend beeld, ik weet het niet. Wat Afrika ook nodig heeft, trouwens, is meer La Vache qui rit. Waarom? Gewoon omdat het lekker is.

Ik wijk af, ik wijk af. Was het gemakkelijk? Nee. Zou ik het opnieuw doen? Hell yeah, maar liever niet alleen. Ik heb elke dag genoten, maar ik kijk er nu naar uit om terug in de anonimiteit van een blanke massa te verdwijnen, hoe vreemd dat ook moge klinken. Ik kijk er heel hard naar uit om mijn ouders, mijn vrienden, mijn broers en Katrien terug te zien. In september begin ik met lesgeven, er nu meer dan ooit van overtuigd dat goed onderwijs de hoeksteen vormt van elke welvarende beschaving. Ik weet niet of ik een goede leerkracht ben of zal worden. Ik zal het alvast proberen. Ik was een goede stagiair en een goede student, en in het komende schooljaar geef ik opnieuw het beste van mezelf, maar dan altijd vooraan in de klas. Me onzeker voelen, dat ligt in mijn aard, het is mijn grootste obstakel en het is tegelijk datgene wat me drijft om altijd maar beter te presteren. Misschien ben ik helemaal geen goed rolmodel, misschien ben ik helemaal niet geschikt als leerkracht. Ik ben nog liever een goede strontraper (als dat beroep ooit echt bestaan heeft) dan een slechte leerkracht. Ik sta nu wel steviger in mijn schoenen, maar ik heb nog niet beslist waar ik heen ga.

"Hij die niet weet waar hij heen gaat, gaat het verst." heeft een of andere filosoof ooit eens gezegd. Ik weet WEL waar ik vandaan kom en waar ik nooit naar wil terugkeren. Ooit ging ik dagelijks naar een afstompend callcenter. Ik heb het een klein jaar volgehouden, ik heb daarvoor ook andere klotejobs gehad, ik ben heel diep gegaan. Ik heb ettelijke keren gefaald op heel veel vlakken en ik heb me het grootste deel van de jaren na mijn puberteit (of de laatste jaren van mijn puberteit, die in dat opzicht veel te lang is blijven duren) slecht gevoeld. Voor het eerst in jaren heb ik nu het gevoel geen sukkel meer te zijn. Deze reis was de laatste fase in wat jaren heeft geduurd en begon met een schijnbaar eenvoudige beslissing: naar school gaan met de bedoeling daadwerkelijk af te studeren, alles op alles zetten om deze keer niet te falen. Ik zou het nooit hebben gekund zonder de steun van mijn ouders en mijn vrienden en eigenlijk heb ik ALLES aan hen te danken, gewoonweg zelfs het feit dat ik deze reis kon maken! Er gaat geen dag voorbij dat die gedachte niet door mijn hoofd gaat. Ik weet niet waaraan ik al dat geluk heb verdiend. Ik hoop dat ik op een vergelijkbare manier iets heb kunnen betekenen voor de kinderen in het weeshuis, van Akajo tot Vivian, van de jongste, Kevin Fre Abekah, tot de oudste, Abigail. Zij hebben in hun leven veel minder geluk dan mij gekend en ze zullen waarschijnlijk nooit zoveel kansen krijgen als ik heb gekregen. Dat ik nu terugkeer naar Belgie, van plan ben om daar een eigen leven op te bouwen en ook wat materiele rijkdom te verzamelen – ik koop deze zomer mijn eerste auto - wil niet zeggen dat ik ze links laat liggen. Ik sponsor een talentvolle puber, Michael, en ik ben van plan om Kevin en Adinda, en dus indirect het weeshuis, te blijven helpen, hetzij in een ietwat bescheidener manier dan in de voorbije maanden. Volgend jaar of binnen twee jaar keer ik hier zelfs nog eens terug.

Tips voor toekomstige vrijwilligers? Afrika overkomt je. Probeer er niet te veel bij na te denken wanneer het je overkomt, daar heb je achteraf nog tijd genoeg voor. Ik heb mezelf nog nooit in een toestand van geluk gedacht.

Morgen neem ik hier afscheid. Ik herinner me de eerste dag dat ik hier kwam. Ik vroeg aan een van de kinderen waar hij van hield. Heel serieus, me strak aankijkend, antwoordde hij "I like to eat. Gimme some!" Om die gedachte in ere te houden trakteer ik ze vrijdag met mijn laatste geld op een riante maaltijd: geit, lekker op de barbecue. Daarna: popcorn, cola en nootjes. De geluidsinstallatie en dj doen de rest.

Ik wil om af te sluiten nog even mijn familie en vrienden van de familie bedanken om extra geld te sturen. Dat heeft mij, maar vooral de kinderen, veel deugd gedaan. Als er mensen zijn die meer willen doen, mensen die een kind willen sponsoren, geld willen storten, of ook eens naar Ghana willen om het eens allemaal met eigen ogen te zien, surf dan naar www.vzwsre.be. Het weeshuis heeft al een indrukwekkende weg afgelegd, maar er is nog heel wat werk aan de winkel. Alle hulp is welkom. Kevin en Adinda geven je alle informatie. Voor meer algemene vragen kan je uiteraard ook bij mij terecht.

P1020229

Tags: Ghana, reizen

|

© 2008 Frederick Van Gysel Contacteer